Rosh Hashana - Het Bazuinenfeest

Gepubliceerd op 11 september 2026 om 19:06

Moge je ingeschreven staan in het boek des levens!

In Leviticus 23 lees je over de Grote Verzoendag, Jom Kippoer. Op deze ene dag in het jaar ging de hogepriester het Heilige der heiligen van de tempel binnen om verzoening te doen voor het volk. Deze dag is de tiende van de zevende maand, de maand Tisjri.

Nu is de Bijbelse kalender een maankalender. Dat wil zeggen dat deze kalender gebaseerd is op de stand en de omloop van de maan. Maar omdat de maankalender niet samenvalt met onze kalender vindt Jom Kippoer steeds op een andere datum op onze kalender plaats. Bovendien begint een dag in de Bijbel ´s avonds bij zonsondergang en eindigt de volgende dag, wanneer de zon weer ondergaat.

Nu leert Leviticus 23 dat er aan Grote Verzoendag nog een andere belangrijke dag vooraf gaat, een dag van rust, een gedenkdag, een heilige samenkomst. Deze dag vindt plaats in dezelfde maand en wel op de eerste van die maand, op 1 Tisjri.

Wie enigszins thuis is in de Bijbelse kalender weet dat deze hoogtijdag samenvalt met het Joodse nieuwjaar., Rosh Hashana. Voor het Joodse volk begint op 1 Tishri het nieuwe jaar en dat is natuurlijk wel opmerkelijk. Want leert het Oude Testament, het Eerste Verbond, niet dat Tishri de zevende maand is en niet de eerste?

Ja, dat klopt, maar naast de godsdienstige kalender vinden we in de Bijbel ook een burgerlijke kalender. De godsdienstige kalender is de kalender waarin Tishri de zevende maand is. Het nieuwe, godsdienstige, jaar begint dan met de Exodus, zoals de Heere gebiedt bij de instelling van het Pascha, vlak voor de uittocht uit Egypte.

Daarnaast is er de burgerlijke kalender die een half jaar later begint, in het najaar. Deze burgerlijke kalender wordt in de praktijk gebruikt en begint dus met een heilige samenkomst. Deze dag van rust, een gedenkdag, valt daarom samen met de Joodse nieuwjaarsdag.

Leviticus geeft aan deze eerste dag van de maand Tishri drie belangrijke benamingen: een rustdag genoemd, een gedenkdag en een heilige samenkomst.

Nu is deze hoogtijdag het enige feest dat valt op de dag van de nieuwe maan en dat maakt dat men in vroeger tijden de lucht goed in de gaten hield om te zien wanneer de nieuwe maan aan de hemel verscheen. De maan was op dat moment maar een klein streepje, dat net boven de horizon uitkwam. Dan begon deze dag van rust. Meerdere getuigen moesten het sanhedrin laten weten, dat de nieuwe maan was verschenen. Boodschappers werden het land doorgestuurd en vuursignalen van heuveltop tot heuveltop gaven door dat een dag van rust was aangebroken, een dag die dus diezelfde avond begon. Er mocht tot de volgende avond niet gewerkt worden. Een rustdag dus. Letterlijk staat er: een sabbat.

En een gedenkdag, zo omschrijft Leviticus deze dag ook. In het Hebreeuws staat er letterlijk: een gedachtenis van het wakker makende bazuingeschal. De bazuin klinkt, het volk wordt wakker geschud. Niet zo zeer lichamelijk, immers het duister van de avond begint net te vallen, als wel geestelijk. Een dag van rust is aangebroken. Een sabbat begint. Wanneer de zon weer is opgegaan, zal er een heilige samenkomst zijn. Voor de Heere zal een vuuroffer gebracht worden. Uit het boek Numeri weten we dat dit brandoffers van verschillende dieren zijn, een zondoffer en een spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd.

We lezen vaker dat op belangrijke momenten de bazuin geblazen wordt, bijvoorbeeld wanneer Mozes de berg Sinaï moet beklimmen om de Tien Geboden uit Gods handen te ontvangen.

De bazuin klinkt ook wanneer het volk klaar moet zijn om ten strijde te trekken, om oorlog te voeren of als waarschuwing voor naderend gevaar, voor de dreiging van onheil.

In het bijzonder kunnen we denken aan de profetie van Jesaja: Op die dag zal het gebeuren dat op een grote bazuin geblazen zal worden. Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië, die verdreven waren naar het land Egypte. En zij zullen zich voor de HEERE neerbuigen op de heilige berg in Jeruzalem, Jes. 27:13.

God Zelf zal Zijn volk van de einden der aarde verzamelen en terugbrengen naar het land door Hem beloofd. Deze heerlijke profetie zal worden vervuld, wanneer het geluid van een grote bazuin klinkt. Alsof het Joodse volk wakker geschud wordt, opgewekt wordt om weer te keren naar het beloofde land, naar Jeruzalem.

Ook met het begin van het joodse nieuwjaar klinkt dus de bazuin. Tegenwoordig is dat niet, zoals oorspronkelijk, de gekromde hoorn van een stier, maar de zogenaamde shofar, de hoorn van een ram. Er wordt een hele reeks van bazuinklanken geblazen in een serie van maar liefst 100 verschillende tonen. De laatste toon is heel langgerekt, net zolang als de blazer het kan volhouden. Deze laatste toon is kenmerkend voor deze dag van wakkermakend bazuingeschal en wordt de laatste bazuin genoemd. Het is als het ware een alarmkreet om aan te kondigen dat nu werkelijk een dag van rust is begonnen, waarop een heilige samenkomst zijn zal.

Nu is het niet alleen op het Bazuinenfeest dat de bazuin klinkt. Ook op andere hoogtijdagen klinkt de bazuin, zoals bij het begin van het Wekenfeest, ons Pinksteren, het begin van de tarweoogst. De bazuin die dan klinkt wordt wel de Eerste Bazuin genoemd.

Ook ter afsluiting van Grote Verzoendag wordt op de bazuin geblazen. Deze bazuin wordt de Grote Bazuin genoemd. Maar op het joodse nieuwjaar klinkt dus de Laatste Bazuin, het wakkermakende bazuingeschal. Het is een feest waar het Oude Testament weinig over zegt en weinig uitleg over geeft, behalve over de offers die gebracht moeten worden. Het Bazuinenfeest is daarom geen feest dat algemeen bekend is en ook onder de Joden overheerst de viering van het joodse, burgerlijke nieuwjaar.

Toch is het jammer dat de Joodse nieuwjaarsdag de diepste, geestelijke betekenis en instelling van het Bazuinenfeest overschaduwt. We kunnen dat wel vergelijken met hoe de uitbundige viering van Kerst door de wereld de werkelijke betekenis van het Kerstfeest overschaduwt, namelijk de geboorte van de Messias in een armoedige stal. Zo wordt ook de betekenis van het Bazuinenfeest vaak niet werkelijk begrepen en de diepte ervan niet gepeild, want het Bazuinenfeest is niet zomaar een feest. Het is niet maar een feest waarbij je kunt toosten op het nieuwe jaar en gezellig samen kunt zijn. Het is een feest van gedachtenis, een feest van inkeer en bezinning, een gedenkdag. Het is een feest ter voorbereiding op Grote Verzoendag die op de tiende van dezelfde maand gehouden wordt. Ook dan zal er een heilige samenkomst zijn. Ook dan wordt er een vuuroffer geofferd. Het Bazuinenfeest is daarop een voorbereiding. Dan al begint de geestelijke voorbereiding en bezinning op Grote Verzoendag.

Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de dagen van het Bazuinenfeest op de eerste Tishri tot op Grote Verzoendag op de 10e Tishri de tien dagen van inkeer genoemd worden. Zo wordt ook die laatste, langgerekte toon van de bazuin genoemd. Die wordt niet alleen de laatste bazuin genoemd, maar ook de tien dagen van inkeer. Het gaat om niet minder dan bekering van je zonden en toewending tot de Heere. Zo willen ook tegenwoordig godsdienstige Joden het nieuwe jaar beginnen. Het is een periode van tien dagen van zelfonderzoek en beproeving die uitloopt op Grote Verzoendag. De gelovige Jood ziet zichzelf voor Gods Aangezicht geplaatst. En dat blijft niet alleen bij een overdenken van de eigen zonden en slechte daden, maar het heeft ook gevolgen voor de praktijk, want Joden worden geacht aan hun naaste vergeving te vragen voor datgene, waarmee zij hun naaste schade hebben berokkend. En ze roepen het elkaar toe: moge je ingeschreven staan in het Boek des levens. Dat is waar het ten diepste omgaat, dat je zonden verzoend worden en je naam in het Boek des levens staat opgetekend.

Het is niets minder dan dit waar ook de Bazuin van het Evangelie ons toe oproept: zelfonderzoek, belijdenis van schuld en zonde, verzoening door het bloed van het Lam.

Het Bazuinenfeest is dus een voorbereiding op Grote Verzoendag, het begin van tien dagen van inkeer en verootmoediging. Daarbij hoort volgens de Joodse overlevering ook dat je witte kleren aantrekt en, volgens Gods gebod, al het werk stil legt. Deze kleren zijn gewassen en gebleekt totdat ze zo wit mogelijk zijn. Ze zijn ook uitgerekt om alle rimpels zoveel mogelijk te verwijderen. Ze zijn zonder smet of rimpel. Wanneer dan deze gedenkdag van rust aanbreekt en de laatste Bazuin klinkt, trekt men deze witte kleding aan. De godsdienstige Jood is voorbereid op die laatste Bazuin en heeft de witte kleding klaar hangen om aan te trekken voor de heilige samenkomst. Tegenwoordig is vaak ook de synagoge wit aangekleed en zij die dienst doen in de synagoge dragen een wit linnen kleed dat, let wel, gelijk is aan een doodskleed. Dat geeft direct de ernst aan van het zelfonderzoek, als staande voor het heilig Aangezicht van God, uitziende naar Grote Verzoendag, waarop alle schuld en zonde van het volk wordt verzoend.

Wat het merendeel van het Joodse volk zich niet bewust is, is dat de witte klederen in het Nieuwe Testament een belangrijk beeld zijn. We lezen het bijvoorbeeld in het boek Openbaring: Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader een voor Zijn engelen, Op. 3:5. Het is alleen door het bloed van de Messias dat onze klederen wit zijn.

Maak jouw eigen website met JouwWeb