Is de kinderdoop Bijbels? – Deel 1
Markus 16:16
Er zijn, denk ik, weinig theologische onderwerpen waar zo verschillend over gedacht wordt als over de kinderdoop versus de geloofsdoop. In mijn eigen denken heeft de kinderdoop een steeds grotere rol gekregen, maar in mijn studententijd twijfelde ik erg of toch misschien niet de geloofsdoop sterkere Bijbelse papieren heeft dan de kinderdoop. Ik spreek over geloofsdoop versus kinderdoop omdat de volwassendoop ook bediend kan worden aan hen die als kind niet zijn gedoopt maar niettemin voorstander zijn van de kinderdoop. Onder geloofsdoop versta ik de doop die volgt op het bewust belijden van het geloof in Jezus Christus als je Heere en Heiland, waarbij het persoonlijk geloof gezien wordt als voorwaarde om gedoopt te mogen worden. Bij de kinderdoop wordt doorgaans het geloof van één of van beide ouders als voorwaarde gezien om het kind te mogen dopen. Zo bezien wordt in beide gevallen de dopeling gedoopt op voorwaarde van geloof: hetzij dat van hemzelf, hetzij dat van (één van) zijn ouders.
Dat het geloof een noodzakelijke voorwaarde is om zalig te worden, staat in ieder geval vast. In Markus 16:16 lezen we dat alleen diegene zalig wordt, die gelooft. Daarbij lijkt de doop niet heilsnoodzakelijk te zijn, want alleen diegene wordt vervloekt die niet gelooft: ‘Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden’. Tegelijk geldt dat wie Jezus liefheeft en in Hem gelooft, ook gedoopt zal willen zijn, maar er zijn omstandigheden denkbaar dat het niet (meer) tot deze doop heeft kunnen komen. Uiteindelijk geldt: niet de doop maakt ons zalig, maar het geloof in Jezus Christus.
Toch wil ik in deze en de volgende blogposts uitleggen waarom voor mij de kinderdoop een steeds grotere rol is gaan spelen, juist als het gaat om mijn persoonlijke geloof in Christus. Het beroep dat soms gedaan wordt op de genoemde tekst uit Markus 16 overtuigt mij niet van het tegendeel, alsof er zou staat dat je eerst moet geloven voordat je gedoopt mag worden. Het woord ‘eerst’ staat er namelijk niet en het woordje ‘en’ is een nevenschikkend voegwoord en geeft niet per definitie een chronologische volgorde aan. Denk bijvoorbeeld aan een tekst als Ex. 20:18: ‘En heel het volk zag de donderslagen, en de bliksemflitsen, en het geluid van de bazuin, en de rokende berg’. Het betekent niet dat het volk al deze gebeurtenissen achter elkaar zag in een bepaalde chronologische volgorde. Als je het voegwoord ‘en’ zo leest, kom je tot de meest vreemde conclusies in heel de Bijbel. Bovendien strijdt dat met het meest eenvoudige begrip van de grammatica.
Dus, om het voor deze blogpost hierbij te laten: Markus 16 lijkt me geen Bijbelse basis te geven voor de geloofsdoop.
Maak jouw eigen website met JouwWeb